70 JAAR AKTIE WISLA, RELIGIEUZE ONVERDRAAGZAAMHEID

 

In het huidige Polen is er een eng pools- nationalistische, conservatief-rooms-katholieke stroming die de maatschappij en politiek domineert. Kunnen we leren van de geschiedenis of is dit een incident.

Tijdens mijn verblijf in Polen in zomer 2017 is op 1 augustus de deportatie herdacht van Oekraïense en Karpatho-Roetheense orthodoxen (Lemkowieners) uit hun stamgebied in oost en zuidoost Polen 70 jaar geleden met een bisschoppelijke liturgie in het klooster van Kostomloty met de zegen van het hoofd van de Autocephale Poolse Orthodoxe kerk, metropoliet Sawa van Warschau en geheel Polen.

 

In twee orthodoxe tijdschriften heeft een artikel van de priester Jaroslaw Szczur gestaan dat ik vertaald heb. Het is een zwarte bladzij in de Poolse geschiedenis die in Nederland en het Westen weinig bekend is. Het doet denken aan de Turkse genocide op Armeense en Syrisch-orthodoxe christenen in 1915 en de verdrijving van Grieken uit Turkije in 1920 en meer recent de etnische zuiveringen op de Balkan, waarbij vele Servische-Orthodoxe gelovigen verdreven zijn uit hun woongebieden.

 

Om de Poolse situatie goed te begrijpen is het nodig iets van haar geschiedenis vooraf te vertellen. Na een periode van meer dan 100 jaar dat Polen niet meer bestond op de kaart van Europa, is na de 1e wereldoorlog in 1918 de Poolse staat opnieuw opgericht. Deze staat bestond uit verschillende bevolkingsgroepen met hun eigen geloof. Zo had je de rooms-katholieke Polen; de Oekraïners, Wit-Russen, Karpatho-Roethenen en Russen die het orthodoxe geloof hadden; de Joden en de protestantse Duitsers. Ten tijde van de regering onder maarschalk Pilsudski verviel het landsbestuur in een dictatuur en met name zijn opvolgers samen met de Rooms-katholieke kerk in Polen hebben gestreefd naar een Poolse monolithische eenheidsstaat van een Rooms-katholiek Polen. Dit ging gepaard in het interbellum met eng Pools nationalisme, een anti-orthodoxe sentiment gericht tegen Russen, Oekraïners en met als dramatische dieptepunt de onmenselijke vervolging in 1937-38 met de vernietiging van totaal meer dan 200 orthodoxe kerken, ettelijke doden en vele duizenden verdreven orthodoxe gelovigen in Polen.

 

70 JAAR AKTIE WISLA.: artikel van O. Jaroslaw in het Pools-orthodox tijdschrift “Istocznik “

 

Twee tot drie uur om de spullen in te pakken. Een reis met onbekende bestemming. Verlies van een deel van de eigendommen. Verwoesting van het religieus en culturele leven. Leven op vreemde bodem. Dit jaar is het 70 jaar geleden dat er een massadeportatie plaatsvond van de orthodoxe mensen van Oekraïense en Karpatho-Roetheense komaf in het kader van de zogenaamde “actie Wisla “in oost en zuidoost Polen.

 

= Historisch Overzicht =

 

De eerste activiteiten in Polen van de verdrijving van deze orthodoxe bevolkingsgroep vonden plaats in de jaren 1944 -1946 (deportatie naar de Sovjetunie van ca. 480.000 personen, zijnde orthodoxe gelovigen, hoofdzakelijk Oekraïners.) Deze daden hebben echter niet het Oekraïense “probleem “opgelost. Hiermee verbonden is de kleine overgebleven bevolking in de z.g. Teruggewonnen Gebieden, (d.i. het Duitse gebied van Voor-Pommeren, Silezië en Oost-Pruisen dat na drie eeuwen in Poolse handen kwam na de Tweede Wereldoorlog. Aktie Wisla beoogde ook deze door Duitsers achtergelaten lege gebieden weer na de oorlog te bevolken.: redactie) De officiële reden voor de “actie Wisla “was de strijd tegen het Oekraïense Verzetsleger, de U.P.A. Het voorwendsel om de actie Wisla te ontketenen was de dood van generaal Karola Swierczewskiego te Jabloniki bij Cisna in de Karpaten in Zuid-Polen (1947). Het formele besluit tot verhuizing en overplaatsing viel op 29 maart 1947 na de zitting van het politbureau van het Centrale Comité van de Poolse Arbeiders Partij. De actie Wisla werd begonnen op 28 april 1947. Het plan werd uitgevoerd in 3 etappes, personen die te boek stonden als verdachte werden gearresteerd en gevangengehouden in het Centraal Werkkamp in Jaworzno bij Krakau. Het laatste transport was op 10 oktober 1947 uit Hrubieszow in Z.O. Polen. Deze tragische actie “Wisla “had betrekking op 140.000 personen, waarvan 35-40.000 gelovigen van de orthodoxe kerk in Polen.

 

= De Orthodoxe kerk in Polen vóór de actie “Wisla “=

 

Vanaf het begin van het interbellum heeft de Poolse overheid twee politiek gerichte beginsels aangehouden m.b.t. Orthodoxe kerk. Enerzijds was ze erop gericht om de kerk een zo groot mogelijke inperking op te leggen aan bezit en invloed. Het andere principe dat tegelijkertijd ook door de regering werd ingenomen was gericht om de werkzaamheden van de kerk in hun nieuwe orde wel toe staan opdat ze kon functioneren, mits de kerk afhankelijk zou blijven van de staat (: G. Kuprianowicz)

Deze politiek blijkt duidelijk uit het document uit 1924 van het Ministerie van Godsdienstige Gezindte en Openbaar Onderwijs, waarin geschreven staat dat de politiek: “behoort gericht te zijn op de polonisering van de Orthodoxie anders moet ze overgaan in handen van de Rooms-katholieke kerk “. Het streven van de Poolse staat t.o.v. Oekraïense kwestie en daarmee van de Oekraïense Orthodoxe minderheid vond zijn dieptepunt in het uitvoeren van de verwoesting van Orthodoxe kerken in het land van Chelm en Zuid-Podlasie in 1938. De voorbereiding voor deze dramatische gebeurtenissen vond reeds plaats al halverwege de 20er jaren: “Gedurende het hele decennium (1927 – 1937) duurde de rewindicatiecampagne? het “rechtzetten ” van de informatie bedoeld om de feiten te verzamelen alsmede een intensieve pressie uit te oefenen op de Orthodoxe geestelijkheid zowel door overheidsfunctionarissen, middels militair verhoor, als ook door Rooms-katholieke priesters. (: G.J. Pelica)

De actie tot Polonisering/Verpoolsing ving aan in het voorjaar van 1938. Het sluiten van filiaalkerken, het verwijderen/wegsturen van de geestelijkheid, het voorschrift om de preek en de catechese in het pools te houden heeft (al met al) de mensen afgeschrikt. Vanaf mei tot juli 1938 werden in het Chelmland en Zuid-Podlasië 127 kerken verwoest. In 1939 op de Volksconferentie in Lublin van het Provinciaal Bestuur werd het volgende benadrukt: “de uitroeiing van de orthodoxie door het katholicisme, het integraal opgaan in de Poolse bevolking dat zou het meest begeerde zijn bezien vanuit het oogpunt van de ratio? van de Staat/regering. In april 1939 liet het tijdschrift

“Orthodox Rus “weten: “het hele Chelmland is onderworpen aan een golf van vervolging. Ongeveer 39 dorpen zijn verwoest, circa 90 mensen doodgemarteld? De verwoesting van kerken in het afgelopen jaar is niets vergeleken met deze barbarij en dierlijkheid? die daar nu plaatsvindt. Het gebeurt vooral 's nachts en voltrekt zich als een “Laatste Oordeel “: het vergieten van bloed van kinderen, vrouwen en ouderen. De overvallers vernielen huizen en huisraad. Op alle klachten en verzoeken kregen de toeluisterende orthodoxen als enig antwoord te horen van het districtshoofd: “wordt maar rooms-katholiek “(: uit Bloedbrief – Orthodox Golgotha in Chelmland). Na deze vernietigingsaktie van kerken hield de Orthodoxe kerk nog maar 49 parochiekerken over, 5 filiaalkerken en het klooster van de H. Onufry te Jableczna.

Na de deportatie naar de Sovjetunie in de jaren 1944–46 ontwikkelt de Orthodoxe kerk van Polen in de oostelijke en zuidoostelijke gebieden zich diametraal anders. De toestand van de parochiegemeenschappen was zodanig dramatisch verslechterd, dat zich een totale vernietiging van de kerkelijke structuur voordoet in het Chelmland en Zuid-Podlasië.

Daarmee verbonden richt in september 1945 bisschop Timotheüs (Szretter) zich tot het ministerie van Openbare Administratie met het verzoek temminste 7 kerkgemeenschappen in stand te mogen houden /open te houden, waaronder het St. Onufryklooster in Jableczna. De mening van het provinciebestuur was eenduidig: “onder geen enkel beding behoort toegestaan te worden dat nu welke orthodoxe parochie dan ooit weer opnieuw hersteld wordt “, (Bevel van het districtshoofd van het gebied van Wlodawa op 19 februari 1947).

In een soortgelijke moeilijke situatie bevond zich de Lemkowina (het gebied van de Karpatho-Roethenen in het Karpatengebergte in Zuid-Polen op de grens met Slowakije, waar men het roetheens of lemkowinies spreekt. Redactie.)

In het algemeen bestonden er in de periode 1946-47 totaal gezien nog maar 29 parochies en 51 filialen in het hele gebied van Chelmland, Zuid-Podlasië en de Lemkowina. De pastorale zorg voor de ca. 45.000 gelovigen werd uitgeoefend door totaal 22 geestelijken.

 

= De Orthodoxe kerk ná de deportatie =

 

De sleutel om de huidige situatie van het diocees Lublin-Chelm te begrijpen is verbonden met de toenmalige actie “Wisla “. De Orthodoxe kerk bevond zich t.t.v. de vervolgingen en daarna in een uiterst gecompliceerde toestand. In juni 1947 stuurde de Orthodox Geestelijke Consistorie van Warschau (toezichthouder) de priester Stefan Biegun naar de Lemkowina met het doel om de kerkelijke goederen veilig te stellen. Deze stap kreeg de toestemming van het Departement voor Religieuze Zaken van het Ministerie voor Openbare Administratie. Bovendien verleende zij de volmacht voor 4 geestelijken voor het Lublingebied. Vader Stefan bleek in staat om een deel van de kerkgoederen naar Warschau te zenden zoals Grzegorz Kuprianowicz stelt: “een deel van het bezit (kerkklokken, kerkelijk vaatwerk, kerkgewaden, liturgieboeken, het parochieregister/ doopboeken, schilderijen,) werd echter niet? meegevoerd door het tegenwerken van de rooms-katholieke clerus en lokale bestuurders of door gebrek aan technische mogelijkheden. “.

De Orthodoxe Metropoliet te Warschau ondernam een concrete hulpactie t.b.v. de getroffenen van de deportatie. Op 22 juli 1947 werd in de kathedrale kerk van de H. Maria Magdalena te Warschau een collecte gehouden voor dit doel. Twee dagen later werd een Metropolitaans Comité opgericht t.b.v. de hulpverlening voor de verdrevenen naar de voormalige Duitse gebieden. Belangrijk voor het succes was om deze stap te ondernemen samen met de oecumenische Raad van Kerken en het Zweedse Rodekruis.

Een wezenlijk aspect van de werkzaamheden van de Orthodoxe kerk was de hulp voor de geïnterneerden in het Centrale Werkkamp te Jaworzno. Op dit terrein was vooral de Orthodox Geestelijke Consistorie van Warschau actief, die zich vele malen richtte tot de overheid om informatie m.b.t. de spirituele situatie en de reden voor de arrestatie van deze gevangenen. Zoals de priester K. Urban stelt: “de meerderheid van de geestelijkheid werd vrijgelaten uit het kamp eind 1948, om daarna meteen terug te keren naar hun actieve zielzorg

Het parochieleven in Chelmland en Zuid-Podlasië was totaal verlamd er functioneerde amper 9 parochies, verdeeld over 3 decanaten. In de Lemkowina waren alle parochies op geheven. In 1951 wordt het aantal gelovigen in het gebied van Lublin geschat op 2800. Volgens de statistieken uit 1931 was destijds het aantal orthodoxen 210.000!

 

= De mensen en de actie “Wisla “=

 

Elk jaar opnieuw op het einde van de maand april, beleven de slachtoffers van deze gebeurtenissen uit 1947 opnieuw dit historische drama als trauma die de jeugd van het diocees heeft opgetekend in het boek “Dwie godziny “, publicatie 2013. (Twee uren, verwijzend naar de tijd die men kreeg toegemeten op zijn spullen in te pakken voor de deportatie. Red.)

De meest intense kennis van de geschiedenis krijgt men uit de verhalen van de mensen zelf. De eerste moeilijke ervaring met de actie “Wisla “is de onzekerheid: Waar gaan we naar toe, met welk doel en waarom worden we gedeporteerd? Een tweede moeilijkheid om het te snappen is de tegenstrijdigheid: gaat het om het Oekraïens zijn of om het orthodox zijn? Aan de ene kant behoort men tot de kring van de Oekraïense taal en cultuur (de regionale streektaal “po Swojemu “). Aan de andere kant identificeert men zich niet met het pejoratieve “Ucraincy “, dat gebruikt wordt als scheldwoord door een deel van de Poolse gemeenschap. Voor hen die niet waren geïnterneerd in een werkkamp bleef altijd de etnische discriminatie, die soms leidde tot het opgeven van het gebruik van de eigen taal, maar (gelukkig) niet door iedereen.

Het organiseren van het leven onder nieuwe omstandigheden in West en N.O.-Polen was moeilijk. Men herinnert zich met verbazing (en ontroering) de zuiverheid en schoonheid in de zorg voor het opzetten van (orthodox-)religieus leven (in den vreemde) op een nieuwe plek. In het begin werden de diensten gehouden in huiskamers, later in Duitse, Lutherse (leegstaande) kerken. De afstand die moest worden afgelegd op weg naar de zondagsdienst bedroeg tientallen kilometers. Dit aspect van de zorg voor het religieuze leven bewijst de krachtige geestelijke spirituele houding, die door de jaren heen door de geestelijken was opgebouwd in de stamgebieden van Chelmland, Zuid-Podlasië en de Lemkowina, waarvan enkele zielzorgers nu zijn opgenomen in de rij van nieuwe heiligen en in de kerk worden vereerd als martelaren van Chelmland en Podlasië.

Ook valt er nog veel te vertellen over de tegenzin en vijandigheid om de naaste te begrijpen. Natuurlijk is dit een lang proces. De later toegestane terugkeer naar de geboortegrond was ook niet altijd eenvoudig... Het ouderlijke huis als het er nog stond was nu in het bezit van de buren die op een aanmerkelijk bedrag voor de koop wachtten? Het grote probleem was het gebrek aan bezittingen, een huis, een boerenbedrijf, een plaats om te leven enz.

Geen zekerheid van bestaan en een onbekende toekomst verergden het drama voor de mensen in die jaren.

 

Kortom de gedwongen deportatie van de Oekraïense en Karpatho-Roethenen bevolkingsgroep uit het leefgebied van hun voorouders was dus niet een gedachte van de communistische overheid. Zulke plannen voor latinisering, het katholiek maken en daardoor polonisering deden zich al voor in het interbellum. Hun elementen waren de vernietiging van orthodoxe kerken in Chelmland en Zuid-Podlasië en de verdrijving van duizenden orthodoxen.

Toch heeft God anders beschikt. Anno 2017 is het diocees van Lublin-Chelm en dat van de Lemkowina (Przemysl-Gorlice) weer in ere hersteld. In West-Polen is er op voormalige Duits gebied een nieuw bisdom van Wroclaw en Szczecin gesticht. In Oost-Polen worden weer nieuwe parochies opgericht gebied en kerken gerestaureerd.